Hoe houd je je kinderen weg van slechte suikers?



Vind je deze video leuk? Klik hiernaast. Dank je ;-)
Sponsored by

Comments

Meld je hier aan om te reageren 





Transcript

Enkele weken geleden sprak ik met Carola van Bemmelen over de schadelijke gevolgen van suiker en hoe je ook zonder suiker kan. Vandaag is ze hier terug, want ze schreef een nieuw boek: '100% suikervrij voor kinderen'.

 

Dag Carola, welkom terug in de studio.  

 

Ja, hoi!  

 

We hadden het laatst over hoe je perfect zonder suiker kan leven en wat de schadelijke gevolgen van suikers zijn. Maar je hebt nu een nieuw boek geschreven: '100% suikervrij voor kinderen'. Waarom een boek specifiek voor kinderen?  

 

Wat wij merken is dat veel mensen het moeilijk vinden om het voor hun kinderen voor elkaar te krijgen, suikervrij. Want kinderen en suiker zijn zo onlosmakelijk met elkaar verbonden, dat het haast zielig is als je ze dat ontzegt. En wat wij zien is dat veel ouders het heel graag anders willen voor hun kinderen, maar eigenlijk niet goed weten hoe ze dat nou aan kunnen pakken. En ten eerste moet je natuurlijk je kind te vriend houden; dat is wel handig.  

 

Allicht, ja.  

 

Dat is toch wel fijn. Als je ruzie krijgt thuis tijdens het eten, daar wordt natuurlijk niemand blij van. En ten tweede heb je natuurlijk de boze suikerrijke buitenwereld. De opa's en de oma's, het schoolplein, de school zelf, het kinderdagverblijf, de sportlessen waar ze van alles kunnen krijgen... Vriendjes en vriendinnetjes, noem maar op. Het is allemaal zo onlosmakelijk met suiker verbonden, dat het vaak een onmogelijk doolhof lijkt, terwijl je zelf met een paar slimme dingen heel veel kan bereiken. Dus vandaar dat wij gezegd hebben: "het is toch goed om daar ook eens wat aandacht aan te gaan geven". En daar komt bij dat ik zelf sinds twee jaar bonusmoeder ben van twee kinderen. En ze zijn nu 12 en 15, maar destijds waren ze natuurlijk 10 en 13. Een prachtige leeftijd om met dit feest te gaan beginnen.  

 

Waren ze er ook fan van?  

 

Ja, ik heb daarin aardig wel mijn builen gevallen. En ik merkte daarin ook dat het heel anders is om suikervrij te leven met jezelf of met een gezin. Het zijn twee verschillende werelden, dus met alle theorieën en alle prachtige gedachten die ik daarover had, ben ik natuurlijk flink onderuit gegaan de afgelopen jaren.  

 

Dat is toch mooi?  

 

Ja, dat is alleen maar goed. En ik heb nu ook zoiets: met de ervaring die ik nu heb, zou ik het ook heel fijn vinden om heel veel andere ouders te kunnen helpen. Ook dat komt erbij. En Esther, waarmee ik het samen geschreven heb, is nu net bevallen van haar derde kindje. Daarnaast heeft ze ook nog twee pubers in huis wonen, en die heeft een beetje een soortgelijke situatie meegemaakt. Wij hadden alle twee zoiets, van: het kan wel, en het is eigenlijk helemaal niet zo lastig. Maar je moet wel even weten hoe je het moet doen. Het is vandaar.  

 

Maar laten we beginnen bij het begin. Eten kinderen dan zoveel suiker?  

 

Kinderen eten meer suiker dan volwassenen. Als je gemiddeld genomen kijkt: een volwassene zit tussen de 30 en 35 suikerklontjes per dag. Dat is al heel veel, als je kijkt wat de gezondheidsraad aanhoudt; dat je lichaam ongeveer 4 tot 5 suikerklontjes per dag aankan. Dat hebben we niet nodig, maar dat kan je lichaam verwerken zonder al te veel schade. En een kind kan ongeveer 3 suikerklontjes per dag verwerken zonder schade. Maar die krijgt tussen de 35 en de 45 suikerklontjes binnen. Dat is echt heel erg veel. Waaraan ligt dat dan?  

 

Als we naar een typisch dagmenu van zo'n kind kijken, waar zitten dan die suikers allemaal?  

 

Die suikers zitten voor het grootste deel in wat ze drinken; in de limonades, in de diksappen, in de cola's en de Fanta's en de fristi's en de zuiveldranken. In wat kinderen drinken. Daar krijgen ze al ongeveer al de helft van al die suikerklontjes met gemak binnen. Als je drie glazen drinken neerzet, hebben ze het al te pakken. Dat gaat heel snel. Waar ze het ook mee binnenkrijgen zijn desserts, toetjes, de Danoontjes, de fruityoghurtjes, een bak vla... Daar zit ook al heel veel in, dus die twee samen zijn eigenlijk al meer dan de helft van de dagelijkse suikerconsumptie van een kind.  

 

Maar als je gaat kijken: een kind mag dan normaal gezien maar 3 klontjes suiker. Als je dan toch zo'n grote hoeveelheid suiker gaat innemen, wat doet dat dan met zo'n kinderlichaam?  

 

Nou ja, het probleem is: het doet eigenlijk hetzelfde bij kinderen als bij volwassenen. Het punt is alleen dat een kind veel kleiner is, dus het lichaam is veel kleiner. Dus die hoeveelheid suiker moet over een kleiner oppervlak worden verdeeld, om het zo maar even te zeggen. En kinderen zijn veel scherper afgesteld als volwassenen. Die zijn eigenlijk nog nieuw, om het zo maar eventjes te zeggen, en dat betekent dat alles het nog heel goed doet. Bij ons rammelt er hier en daar, links en rechts nog wel wat. Dus die reacties zijn vaak wat minder en wij hebben iets meer massa, waardoor het dus ook nog wel een beetje verder verdeeld wordt en je die effecten wat minder scherp ziet. Bij kinderen zie je vaak: als ze het gegeten hebben stuiteren ze na een half uur door de tent. Of ze worden heel onrustig, of ze krijgen eczeem en ze kunnen zich niet meer concentreren. Die energie moet gewoon weg en dan zie je dus dat kinderen ineens worden gediagnosticeerd met ADHD of PDD-NOS of één of andere andere stoornis die eigenlijk heel vaak stukken minder wordt als ze gewoon minder suiker krijgen. Jongens, waar zijn we mee bezig met zijn allen? En je zal er 30 in de klas hebben. En ze gaan allemaal in de pauze aan de energy-drink. Maar dat gebeurt, hè? En daarna... Nou, succes.  

 

Maar je kondigde het in het begin van het gesprek al aan: Je wil dat die kinderen ook niet ontnemen, want ze zitten in een omgeving waar dat normaal is. De vriendjes mogen dat wel drinken, en Fanta, en zij dan niet. Hoe ga je daar dan concreet mee om?  

 

Ja, en dan kom ik voorbij en dan mag het niet meer. Dat is ook flauw natuurlijk. Wat wij zelf zeggen: "thuis is de omgeving waar je het kan controleren". Jij kunt als ouder controleren wat je inkoopt. Daar kun je natuurlijk zorgen dat die kinderen het niet krijgen. Of dat ze het gecontroleerd krijgen. Dat je zegt van: "nou, we doen één of twee keer in de week doen we wat en de rest van de week niet". Als ik gewoon kijk naar vroeger, toen ik bij mijn oma was, dan was er ook niet de hele dag een snoepje. Dan kreeg ik één keer per dag een snoepje en voor de rest niet. En je kunt dat gewoon controleren. Je kunt zelf kiezen wat je in huis haalt en wanneer je het geeft en hoeveel. En daar kun je al heel veel doen en dat is ongeveer al 80%. En die 20%, dat zit in de buitenwereld. En zeker bij kleine kinderen kun je controleren wat je meegeeft. Je kunt zelfs op het kinderdagverblijf, hè? Je kunt het meegeven. Je kunt daar afspraken over maken. En pas vanaf een jaar of 8-10 begint echt die buitenwereld een rol te spelen, maar dan hoop je dat je al een beetje basis hebt gelegd. En dat ze dan ook wel wat kunnen hebben af en toe. En dat is ook wel een beetje hoe wij erin staan. Dat we ook zeggen: die puberteit... Op het moment dat ze 12-13 jaar zijn. Ze hebben zakgeld en ze denken: "ik wil nu eten waar ik zelf zin in heb". Dat kun je niet gaan beheersen. Dat gaat niet lukken. Maar wat ik hier wel zie: met de kennis die de kinderen nu hebben, is dat ze andere keuzes gaan maken. En dat ze eigenlijk geen cola of energy-drink meer willen, omdat ze weten wat het doet.  

 

Maar loop je niet het risico dat als het echt verboden wordt ze het op een gegeven moment wel stiekem gaan willen?  

 

Je moet het ook niet gaan verbieden. Je moet het bespreekbaar houden. Dat is wat ik zelf zeg. En wij zien het hier ook wel. Er was hier van de week ook een vriendje te spelen. Toen zei Joshua: "hij heeft allemaal energy-drink bij zich, maar ik wil helemaal niet dat hij dat drinkt, want dan wordt hij nog drukker". Dus hij snapt wat het doet. En dan zeg ik ook tegen hem: "het is echt niet handig". "Nee", zegt hij, "maar het is wel mijn lievelingsdrinken. Ik vind het wel heel moeilijk". Ik zeg: "van mij mag je het nemen, maar je weet zelf hoe je je daarna voelt". "Ja, ja, ja... Nee, dat wil ik ook niet". Het is niet zo dat ik zeg: "het mag niet". Het is wel dat ik zeg: "als je het doet, dan kan dat en dat en dat gebeuren voor je, en als je dat kiest, dan is dat oké". En hij eet af en toe ook best wel een stuk chocola hoor, dat vindt hij heerlijk. En ik haal af en toe ook echt wel eens iets in huis wat volgens Sugar Challenge niet mag. Maar dan denk ik: "ja..."  

 

Oh! Oppassen!  

 

Dat is een overtreding! Ja, maar weet je... We leven hier en we leven nu en we moeten er ook niet te rigide in worden. Maar wat ik wel merk is dat de kinderen er eigenlijk heel weinig behoefte meer aan hebben. En soms lopen ze ook wel te zoeken, maar dan is het er gewoon niet en dan nemen ze een stuk fruit en is het klaar.  

 

En zodanig dat het ook echt een bewuste keuze van henzelf wordt om het niet te nemen?  

 

Ja en ook wel dat ze weten wat het doet en dat ze vanuit daar gewoon kunnen gaan kiezen. En dat ze weten dat ze er moe van worden, dat ze weten dat ze er honger van krijgen. En dat ze weten dat ze er hyper van worden, ja, dat ze zich minder goed kunnen concentreren. En dat ze er pukkels van krijgen. Pukkels zijn heel belangrijk voor kinderen, dat ze dat niet krijgen. Zeker als ze wat ouder worden.  

 

Dus dat is een slim argument, om te gebruiken?  

 

Nou ja, je moet het natuurlijk wel... Maar dik worden ook. Dat is ook zo'n ding. Dat willen ze ook niet. En zo proberen we dat maar een beetje te begeleiden. En uiteindelijk: als ze straks het huis uit gaan zullen ze best een keer doorslaan, hoor. Ik heb niet de illusie dat dat niet gebeurt. Maar wat je vaak wel ziet, is dat ze dan 22-23 zijn en ze komen een beetje bij positieven, zullen we dan maar zeggen. Die hormonen zijn uitgegierd. Dan zie je vaak toch dat kinderen wel de basis oppakken die ze vanuit huis meegekregen hebben. Dat kun je natuurlijk wel heel veel beïnvloeden, nu al. Dat is een beetje het argument.  

 

Oké Carola, dank je wel. En wellicht tot één van je volgende boeken dan, hè?  

 

Ja is goed!  

 

Dank je wel. En u, beste kijker: bedankt voor het kijken en alweer tot volgende week!

Nieuwsbrief


Ontdek de nieuwsbrief